Door alle processen heen - zie het einde van deze paragraaf- is slechts ťťn bewijsmiddel consistent tegen Louwes aangevoerd. Het bewijsmiddel, dat hij zich in de onmiddellijke omgeving van de woning van het slachtoffer bevond, op het moment dat de moord plaats vond. Het mes kwam en ging, het DNA kwam later. En het financiŽle motief werd door de zijdeur afgevoerd. Het mobiele foontje bleef staan. Dit is de derde pijler naast DNA en PMI . Om dat aan de orde te kunnen stellen eerst nog even de file.:

De file

Het GSM-bewijs is geÔntroduceerd om het alibi van Louwes te ontkrachten. Dat alibi bestond eruit, dat Louwes kennis droeg omtrent bijzonderheden over een file waar hij zich in bevond ten tijde van het delict volgens de tijdlijn van het OM. Uiteraard was het het OM er alles aan gelegen dit verweer te bestrijden.
Bezwaren:
  1. In het arrest wordt de file doodgezwegen.
  2. De PV's over de file zaten in het procesdossier maar werden niet aan de bewijsmiddelen toegevoegd.
  3. De PV's spreken over de wegversmalling en de onmiddellijke aanleiding van de filevorming vanaf 20:00 uur, namelijk een breedtetransport.
  4. De PV's maken er geen melding van dat de wegversmalling zich nog vijf maal herhaalde op het baanvak tot Nunspeet met even zovele aanleidingen tot vertraging van het breedtetransport en de daarop volgende file.
  5. De AG bedacht dat Louwes de filemeldingen op de radio om 21:03 uur kon hebben gehoord. Alleen zou dat dan wel tijdens de aanwezigheid van Louwes in de woning van het slachtoffer moeten zijn geweest afgaande op het - niet uitgewerkte -scenario van het OM.
  6. In het rapport van het oriŽnterend onderzoek werd gesuggereerd dat Louwes in de file kon hebben gestaan en toch in Deventer kon hebben gebeld (dus 36 minuten later). Verkeerstechnisch is dit een draak, die er geen rekening mee houdt, dat de kortste route over een veerpont leidt en de snelste route over de rondweg rond Deventer, waarbij zendmast 14501 pas op het allerlaatst in beeld komt. En ook niet met het feit, dat je in een file tijd verliest.
Meer in paragraaf 7.2.

Het verweer van Louwes

Louwes was in zijn versie van de gebeurtenissen van plan de violette route te volgen. Door het ritsen bij Harderwijk kwam hij op de groene route terecht.

Oorzaak van de file

Achteraf kon worden vastgesteld, dat de file, waarin Louwes volgens eigen zeggen in terecht kwam, was ontstaan, omdat een breedtetransport was toegelaten tot de vluchtstrook, die echter onder dit viaduct zodanig versmalt, dat de wegafzetting langs de vluchtstrook moest worden verplaatst.

Timing van de file

Links de aantekeningen van de afzetting op de A28, rechts een reconstructie van de plaatsen en momenten dat Louwes op de file aansloot uitgaande van zijn verweren. Ongeveer om 20:30 kwam hij dan in de buurt van Nunspeet.

Ideetje van het OM

In 2007 suggereerde het OM dat het allebei kon, in de file staan en toch om 20:36 uur bellen in Deventer. Bij nader inzien is dit idee gewoon bespottelijk. De file ontstond om 20:00 uur, maar wanneer kwam Louwes weer uit de file te voorschijn? En hoeveel tijd heb je nodig voor een afstand van rond de 50 km op B-wegen?

De filemelding

De AG in Den Bosch suggereerde, dat Louwes de filemelding (21:03 uur) op de radio had gehoord. Het OM ging uit van een moord kort na het telefoontje van 20:36 uur. Had Louwes tijdens de moord een koptelefoon op?

De mobiele telefoon

Louwes zou uit de file op de A28 gebeld hebben met mevrouw Wittenberg. Voor de hand zou liggen, dat een zendmast in de buurt van de A28 dat gesprek had afgewikkeld. Dat was op gezag van KPN niet zo, een zendmast in Deventer (14501) had daarvoor gezorgd. Hierdoor werd het alibi van Louwes onderuit gehaald. Hij had gelogen. Ook een doodszonde.
Bezwaren:
  1. De afstand A28 - Deventer is niet zodanig dat dit technisch onmogelijk was.
  2. Meteen werd duidelijk, dat zogenaamde versterkte propagatie hiervoor verantwoordelijk kon zijn.
  3. Pas begin 2007 is iemand (J.C. Meijer) zo snugger geweest om na te gaan of er werkelijk sprake geweest was van versterkte propagatie (ballonmetingen) na eerdere vermoedens daarvoor.
  4. Aanwijzingen van het KNMI om dit optreden in 2004 te verifiŽren werden door de opdrachtgever (BTO) genegeerd.
  5. Een deskundige (Brussaard) sabelde het idee van versterkte propagatie neer met volkomen onjuiste weersgegevens (winterse buien en veel wind (!), het was nota bene rond de 20 sup>oC op het moment van bellen het was (nog) droog en de windkracht bedroeg 2B).
  6. Het gerechtshof besprak de weersgegevens wel, maar in ander verband en bemerkte de blunder van Brussaard niet.
  7. De afstand van Louwes tot de zendmast had in 1999 gewoon kunnen worden vastgesteld, dit werd nagelaten op het moment (half oktober 1999) dat dit nog kon. Het BTO kwam pas in november op het idee, zo wordt gesteld.
  8. Ook andere gegevens (zoals de 'serving cell') hadden duidelijkheid kunnen verschaffen, indien meteen een volledige documentatie over het gesprek was opgevraagd.
  9. KPN beloofde in 1999 onderzoek te doen naar eventuele storingen, maar van een inzichtelijke rapportage is nooit iets vernomen.
  10. KPN bracht nooit voor het voetlicht, dat de dekking op de Veluwe onder de maat was.
  11. Het BTO (Bureau technisch onderzoek) onderzocht de mogelijkheden van verbinding op momenten dat versterkte propagatie was uitgesloten.
  12. Het BTO hechtte geen belang aan het gegeven dat een andere belangrijke zender op dezelfde frequentie als 14501 (in casu 10515) geheel geen verbindingsmogelijkheden bleek aan te reiken.
  13. De KPN-deskundige, die zender 10515 aanriep als de grote spelbederver voor een verbinding met 14501 was hier kennelijk niet mee op de hoogte.
  14. De KPN-deskundige en BTO-getuige gingen ervan uit, dat Louwes had verklaard te hebben gebeld bij 't Harde. Dat in weerwil van de werkelijke verklaringen van Louwes.
  15. De BTO-deskundige zag een geologische hindernis voor de GSM-verbinding bij 't Harde, waar Louwes dus helemaal niet belde.
  16. De deskundigen gingen uit van een protocol voor GSM-verkeer, dat pas in 2000/1 ging gelden, maar niet gold in 1999.
  17. Het protocol in 1999 leidde ertoe, dat een GSM niet afging op beschikbare zendmasten, maar op beschikbare frequenties.
  18. Alle zendmasten met frequenties in de omgeving van de A28 zullen geleden hebben onder de hoge verkeersdruk wegens de files en twee kruisende intercity-treinen (dienstregeling NS 1999).
  19. Zendmast 14501 straalt uit over landelijk gebied en had geen last van treinverkeer (dienstregeling NS 1999).
  20. Zendmast 14501 had het hoogste zendervermogen in de regio.
  21. Zendmast 14501 beschikte over 31 slots om abonnees te kunnen bedienen, waar 23 gebruikelijk is.
  22. De werkelijk opgetreden atmosferische omstandigheden veroorzaakte een zichtverbinding tussen Deventer en de A28 bij Nunspeet, alwaar Louwes het meest waarschijnlijk aanwezig was in zijn verklaring; een dergelijke verbinding is 10x sterker dan normaal.
  23. Dat het gesprek maar 16s duurde op de teller betekent niet dat het gesprek ook in werkelijkheid maar 16 s duurde; juist ongewone omstandigheden als hier opgesomd kunnen die duur circa 30 s verlengen.
  24. Tijdens het gesprek was de zon net onder. Hierdoor kunnen sommige zendinstallaties enigszins verblind raken door inkomende zonnewind, leidend tot voortijdig afgebroken GSM-gesprekken.
  25. Gedurende 22 en 23 september bevond de aarde zich in een plasmawolk die was veroorzaakt door een zonne-explosie op 20 september en de sterkte van de zonnewind met 60% deed toenemen.
  26. In 2007 deed de AG een beroep op de aanwezigheid van zendinstallaties, die er in 1999 nog helemaal niet stonden; hij gebruikt een dekkingskaart uit 2005... Tijdens het proces stelde een deskundige, dat er honderden zendmasten stonden tussen 't Harde (sic) en Deventer. Er stonden er maar een vijftal (als je royaal rekent)...
Meer in de paragrafen 7.3 en 7.4 in het bijzonder.

Duct

In geval van een hogere temperatuur in de bovenlucht - denk aan een warmtefront- kromt een radiostraal extra terug naar het aardoppervlak en kan een boogvormige verbinding gevormd worden. Een zogenaamde duct.

Ballonoplating

Vlak voor het gewraakte telefoongesprek van 20:36 uur werd te De Bilt om 20:00 uur een sonde opgelaten, die inderdaad een inversie vastlegde met voldoende sterkte om de getoonde duct te laten ontstaan.

Inversiesterkte

Vergelijken we de temperatuursinversie gedurende een wat langere periode, dan blijkt deze in de avond van 24 september juist een hoogtepunt te bereiken en precies op de optimale hoogte voor overdracht van GSM-signaal. Daarin spelen de hoogten van de zendmasten een belangrijke rol.

Line of sight

De kracht van GSM-signalen is zo afgeregeld, dat ze ondanks obstakels een paar km kunnen overbruggen. Zijn er geen obstakels, dan is een dergelijk signaal ineens zomaar 10x sterker.

Het relief

Het BTO ging ervan uit dat het Veluwe-relief dwars lag, maar zag over het hoofd, dat er bij Nunspeet een line of sight mogelijk wss.

Kanaal 3

Volgens KPN zouden de signalen van kanaal 3 elkaar bij 't Harde elkaar teveel storen om een verbinding toe te staan. Maar Louwes had nu juist consequent verklaard niet bij 't Harde maar eerder te hebben gebeld. Overigens bleek het signaal van de storende zender 15015 bij een controle te zwak om Łberhaupt ontvangen te kunnen worden. Dat werd echter verhuld.

Dekkingskaart 2005

De AG in 2007 bouwde zijn afwijzing op met behulp van deze dekkingskaart. Op deze kaart figureren een aantal zenders die er in 1999 nog helemaal niet waren (rood gemerkt). De kaart stamt dan ook uit 2005. Tekenend voor de onzorgvuldigheid van het gehele proces.

Netjes in schema:

klik voor zoom

Argumenten schema, gemaakt met FreeMind. Ondersteunende argumenten in groen, afwijzende argumenten in rood.

GSM gedurende de procesgang


Uitspraak hoger beroep
Gerechtshof Arnhem, 22-12-2000
Citaat Verdachte heeft op een tijdstip gelegen zeer kort voor het vermoedelijke tijdstip van overlijden, terwijl hij, zoals uit het daaromtrent gedane onderzoek overtuigend is gebleken, in Deventer was of zich in de onmiddellijke omgeving van Deventer bevond, met het slachtoffer getelefoneerd. Dit gesprek heeft 16 seconden geduurd. Het is het laatste telefoongesprek dat door het slachtoffer is gevoerd.

(iii) Bewijsmiddelen 5 tot en met 8
- Resultaten van door de politie verricht onderzoek naar aanleiding van de gegevens in het geheugen van het in de woning van het slachtoffer aangetroffen telefoontoestel. Daarbij is gebleken dat het - mobiele - nummer 06-[...], met welke aansluiting het laatste gesprek was gevoerd, in gebruik was bij de aanvrager.
Voorts is gebleken dat het signaal voor dit gesprek is doorgegeven door een basisstation aan de Nieuwstraat te Deventer. De werking van dit basisstation is onderzocht en dat onderzoek wees uit dat het basisstation slechts een beperkt gebied bestrijkt. De aanvrager moet zich daarom in, dan wel niet ver buiten Deventer hebben bevonden toen hij dit gesprek voerde.
- Tot de bewijsmiddelen die op dit telefoongesprek betrekking hebben behoort een geschrift, opgesteld door R. Steens, inhoudende dat het verzorgingsgebied van het opstelpunt aan de Nieuwstraat te Deventer beperkt is, dat onder normale omstandigheden een telefoongesprek over een per auto afgelegde route vrijwel altijd door een naburig opstelpunt zal worden afgehandeld, dat is onderzocht of signalen op de GSM-frequentie vanuit het opstelpunt aan de Nieuwstraat te Deventer tot de omgeving van 't Harde kunnen reiken en dat dit onderzoek heeft uitgewezen dat het buitengewoon onwaarschijnlijk is dat de signalen over die afstand kunnen worden ontvangen.
- Tot deze bewijsmiddelen behoren voorts een verklaring die R. Steens als getuige-deskundige ter terechtzitting in hoger beroep heeft afgelegd, alsmede een verklaring van de aanvrager, eveneens afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, inhoudende dat hij op 23 september 1999 omstreeks 20.36 uur met het slachtoffer heeft gebeld.

Commentaar
Er is nooit bewijs overlegd, dat dit telefoongesprek het laatste gesprek was. Daarvoor zou een complete B-analyse op de telefoons van het slachtoffer verkregen moeten zijn. Die analyse was er niet. Het nummerweergavegeheugen van het telefoontoestel van het slachtoffer zat niet vol, dus dat leverde dit bewijs niet (er was op enig moment gewist).
Arrest Hoge Raad Cassatieberoep
Conclusie Nr. 01327/01 Mr JŲrg Zitting: 9 oktober 2001
Citaat 14. Tenslotte wordt door de steller van het middel nog een beroep gedaan op het feit dat het gevoerde alibiverweer niet door het hof is verworpen. Dit verweer had in hoofdzaak betrekking op het in het opsporingsonderzoek naar voren gekomen GSM-gebruik door verzoeker en de daaraan verbonden plaatsvaststelling aan de hand van de GSM-paal met Cell-ID 14501. In het middel wordt aangevoerd dat bij het hof is betoogd dat sprake is geweest van een onjuiste registratie van het GSM-gesprek en dat niet is uitgesloten dat verzoeker heeft getelefoneerd via een andere Cell-ID dan door de KPN is vastgesteld.

15. Dit onderdeel van het middel faalt eveneens. Het hof heeft immers in de bewijsmiddelen 5, 6, 7 en 8 vastgesteld dat verzoeker omstreeks 20.36 uur met het slachtoffer heeft getelefoneerd en dat dit geschiedde via een GSM-paal opgesteld aan de Nieuwstraat in Deventer. Het gevoerde bewijsverweer wordt aldus volledig weerlegd door de bewijsmiddelen. De klacht in het middel, die uitgaat van een alternatieve lezing van het bewijsmateriaal, stuit derhalve af op de hoofdregel dat de selectie en waardering van het bewijsmateriaal is voorbehouden aan de feitenrechter (zie HR 6 juli 1999, NJ 2000, 379 en HR 21 september 1999, NJ 2000, 380, m.nt. Kn). Ik wil er nog op wijzen dat zowel in zijn rapport als in zijn verklaring ter zitting van 2 oktober 2000 de KPN-getuige-deskundige als zijn deskundig oordeel heeft uitgesproken - ik vat de verschillende elementen samen - dat het buitengewoon onwaarschijnlijk is dat een telefoongesprek tussen een mobiele telefoon nabij 't Harde met een vaste telefoon in Deventer zou zijn afgewikkeld via een GSM-paal in Deventer. Ook hier geldt weer, zoals onder 10 aangegeven, dat een theoretische mogelijkheid van een alternatief niet aan de overtuiging van de rechter in de weg behoeft te staan.

Arrest Hoge Raad herzieningsaanvraag
Conclusie Nr. 00095/02 Herz Mr Wortel Zitting: 11 maart 2003
Citaat 75. Mij komt het voor dat in het rapport van Inkassotheek/SRD, voor zover het de natuurverschijnselen betreft die zich op 23 september 1999 hebben voorgedaan, een feit aannemelijk is gemaakt waarmee het Hof niet bekend kon zijn, en dat een ander licht kan werpen op de mogelijkheid dat de aanvrager zich ten tijde van het telefoongesprek op grotere afstand van het basisstation in Deventer bevond, bijvoorbeeld bij 't Harde zoals hij heeft verklaard. 76. Dit kan evenwel niet zonder meer tot gegrondverklaring van de aanvraag leiden. Indien thans moet worden aangenomen dat minder zeker is dat de aanvrager in of vlakbij Deventer was toen hij het telefoongesprek voerde, blijven de bewijsmiddelen uitwijzen dat hij het als moordwapen beschouwde mes heeft aangeraakt. Het ernstig vermoeden dat het Hof tot een andere einduitspraak zou zijn gekomen indien het bekend was geweest met de natuurverschijnselen die zich op 23 september 1999 hebben voorgedaan kan daarom op dit moment niet rijzen. Dat ernstig vermoeden kan pas ontstaan indien ook met betrekking tot de geuridentificatie nieuwe feiten aannemelijk worden
Betekenis en commentaar Dieptepunt op het gebied van (juridisch?) redeneervermogen, zeker gezien de reeds verkregen duidelijkheid, dat het mesbewijs door misleiding van een deskundige tot stand was gebracht.
Uitspraak hoger beroep
Gerechtshof Den Bosch, 9-2-2004
Citaat 1.7. In het geheugen van een telefoontoestel met nummerherkenning op de studeerkamer van de woning van het slachtoffer staat als laatste nummer genoemd 06-53709437, ingekomen (blijkens de printgegevens) op 23 september 1999 om 20.36 uur. Dit nummer is in gebruik bij verdachte (ambtelijk verslag p. 10 en 11).
Commentaar Aantoonbaar onjuist. Er stonden nog 3 tot 4 nummers achter. En irrelevant gezien mijn eerste commentaar hierboven.
Citaat Resumerend is het hof van oordeel dat het niet aannemelijk is dat de verdachte het telefoongesprek op 23 september 1999 om 20:36 uur heeft gevoerd vanaf de A28 nabij afslag 't Harde. Het hof is in tegendeel van oordeel dat het feit dat dit gesprek is gevoerd via basisstation 14501 te Deventer er op duidt dat de verdachte op het genoemde tijdstip in of nabij Deventer was. Het hof baseert zich hierbij op onder meer de bovengenoemde deskundigen Rijnders, Steens, Jondral en Brussaard. Hetgeen hiertegen is ingebracht door de deskundigen Heinen en Sterrenburg acht het hof onvoldoende onderbouwd en niet concludent. Er is geen reden de resultaten van de hiervoor besproken deskundigenonderzoeken buiten beschouwing te laten.
Commentaar En dat had de verdachte ook niet aangevoerd. Wederom een dieptepunt in (juridisch?) redeneervermogen. Daarbij had het Hof selectief niet door, dat het weerrapport een ander verhaal vertelde, dan ťťn van de deskundigen erin las.

Het bewijs bestond in feite uit twee delen: het moment van de moord en de aanwezigheid van Louwes in Deventer tijdens het telefoongesprek. Daarom was het noodzakelijk om het tijdstip van de moord naar voren te halen, zie ook de problematiek hiervan in hoofdstuk 3 (Tijdstip delict). Het tijdstip delict was in feite direct gekoppeld aan het tijdstip van dit telefoontje, dat daartoe herhaaldelijk als het laatste telefoontje werd betiteld, zonder een schimp van bewijs - hetgeen overigens iedereen ontging. Feitelijk vormt deze bewijsvoering een hangbrug tussen twee wolkenpartijen.

Omdat deze bewijsvoering voortdurende een rol speelt in de keten aan processen, ontkom ik er niet aan dit bewijs hier stap voor stap te ontmantelen. Om dat te doen, moet het bewijs an sich in al zijn aspecten eerst grondig worden gecategoriseerd. Overigens kwam de hele bewijsvoering, inclusief de weerlegging al uitgebreid aan de orde in de bespreking van het vonnis van Den Bosch (9 februari 2004) en de bespreking van het optreden van de deskundigen voor dit tribunaal.

De volgende onderdelen laten zich herkennen:

  1. De bron van het bewijs: Call Details Records.
  2. De verklaring van Louwes omtrent zijn aanwezigheid in de file op de A28 op het moment van het gesprek, inclusief de onjuiste weergave hiervan door het OM en in het vonnis van Den Bosch.
  3. De verwerping van deze verklaring op basis van de onmogelijkheid van versterkte propagatie.
  4. De verwerping van deze verklaring op basis van de werking van het GSM-protocol.
  5. De mogelijke invloed van geofysische gebeurtenissen.
  6. Reconstructies van het gebeurde.