|
|
Op 25 september 1999 werd omstreeks 12:00 de weduwe Jaqueline Wittenberg-Willemen in haar woning aan de Zwolseweg vermoord aangetroffen. Met het boek van Stan de Jong "De Deventer Moordzaak" kunt u zich een beeld vormen van hetgeen zich heeft afgespeeld. Voorts wijdde professor Ton Derksen ("Het O.M. in de fout") een hoofdstuk aan deze zaak, welk een goed eerste overzicht van de rechtsgang oplevert. De samenvatting van Hieke Snijders-Borst geeft een snelle indruk van deze zaak. Het daarop volgende onderzoek en gerechtelijke procedures zitten vol met blunders en misleidingen. Hierdoor zit een betrekkelijke buitenstaander vast voor het delict en wordt een andere betrokkene -vrijwel zeker onterecht- beschuldigend nagewezen. De dader of daders lopen vrij rond. Hierop richt zich deze website. Het tijdstip delictDe stelligheid, waarmee GDB de moord heeft vastgepind op 23 september 1999, heeft ertoe geleid, dat alle theorieën omtrent de moord zijn verwrongen, om dit tijdstip mogelijk te maken. Er zijn echter meer en betere argumenten voor een later tijdstip. De argumenten voor de moord op 23 september blijken allemaal op zand gebouwd te zijn. GetuigenGetuigen worden door justitie en politie zeer selectief ten tonele gevoerd. En pas nadat de verdediging er achter was gekomen, dat er een fors aantal getuigen waren ter ondersteuning van een ander tijdstip van het delict. Bij een nadere studie van andere getuigenverklaringen, blijken ook deze nieuw licht te werpen op de tijdlijn ten tijde van het delict. De MO van de daadDe moord is in drie fases uitgevoerd. De derde fase was volstrekt overbodig. Juist deze fase werd heel precies uitgevoerd. Hoe? Waarom? DNADNA toont wel iemands aanwezigheid aan, maar niet zijn handelingen. Daarvoor moet het DNA delict gerelateerd zijn. Dat is niet zo eenvoudig te bewijzen. Daar ging het mis.. Het motief Het GDB (2004) verwierp het motief van het
gerechtshof Arnhem (2000), maar wist er daarna verder geen raad mee.
Bedenk nog het volgende: naarmate de dader een sterker en dus duidelijker motief had voor de moord, had deze ook méér reden, om de ware toedracht van de moord te verhullen. Hij/zij moest als het ware de verdenking in een andere richting laten wijzen. Dat is de reden, waarom er zoveel dwaalsporen zijn uitgezet. Deze zullen worden opgesomd. |
|