![]() |
Het mobiele telefoontje |
![]() |
||||||||||||||
|
||||||||||||||||
Aangezien op deze site de stelling wordt aangehangen, dat het delict op 24/25september plaats vond, is een uitvoerige besprekingen van omstandigheden en gebeurtenissen op de 23e eigenlijk niet op zijn plaats. Omdat Ernest Louwes intussen zijn veroordeling te danken c.q. te wijten heeft aan bijzondere gebeurtenissen op de avond van de 23e, hierover toch wat aantekeningen.
En dan gaat het met name over een telefoontje, dat hij pleegde met de weduwe:
Gerechtshof Den Bosch |
datum uitspraak: 9 februari 2004 |
| Citaat | 1.7. In het geheugen van een telefoontoestel met nummerherkenning op de studeerkamer van de woning van het slachtoffer staat als laatste nummer genoemd 06-53709437, ingekomen (blijkens de printgegevens) op 23 september 1999 om 20.36 uur. Dit nummer is in gebruik bij verdachte (ambtelijk verslag p. 10 en 11). |
| Vervolgens | 2.3.3. Gebleken is dat de verdachte op 23 september 1999 om 20:36 uur met zijn mobiele telefoon contact heeft gehad met het vaste telefoontoestel in de woning van het slachtoffer te Deventer. De vastgestelde gespreksduur bedraagt 16 seconden. De verbinding is opgebouwd via het telefoonbasisstation 14501 van de provider KPN. Dit basisstation staat opgesteld in het centrum van Deventer. De verdachte erkent dat hij toen heeft gebeld met het slachtoffer – hij zou haar kort fiscale informatie hebben gegeven – maar naar zijn zeggen bevond hij zich toen niet in of vlak bij Deventer, maar belde hij op de snelweg A28, waarschijnlijk nabij de afslag ’t Harde, vanuit zijn auto. Dit is – volgens de opgave van de deskundige Rijnders - ruim 24 km van basisstation 14501. |
| Betekenis en commentaar |
|
Maar tussentijds was er in de rechtsgang iets heel opmerkelijks gebeurd:
Hoge Raad der Nederlanden |
Uitspraak 1 juli 2003 - Conclusie Nr. 00095/02 Herz Mr Wortel Zitting:
11 maart 2003 |
| Citaat | 71. (..)In het rapport van Inkassotheek/SRD wordt voorts melding gemaakt
van een schrijven van de heer Rijnders gedateerd 24 januari 2000. Daarin
is vermeld dat er, mede gelet op technische voorzieningen in het GSM-netwerk,
onder bijzondere atmosferische omstandigheden een theoretische kans is dat
een gesprek dat in (de onmiddellijke omgeving van) 't Harde wordt gevoerd
via een basisstation in Deventer wordt afgewikkeld, terwijl het de heer Rijnders
niet bekend was of dergelijke bijzondere atmosferische omstandigheden zich
op 23 september 1999 hebben voorgedaan. 72. De onderzoekers van Inkassotheek/SRD melden dat op hun verzoek gegevens zijn opgevraagd bij het National Oceanic and Atmospheric Administration Institute van het Space Environment Centre in de Verenigde Staten. Die gegevens houden in dat zich op 22 en 23 september 1999 geomagnetische verschijnselen hebben voorgedaan, veroorzaakt door verhoging van de snelheid van zonnewinden. De onderzoekers stellen dat deze natuurverschijnselen grote gevolgen kunnen hebben voor de radio-communicatie, en dat het tijdens deze geomagnetische verschijnselen mogelijk is dat signalen worden opgevangen die doorgaans niet te ontvangen zijn. |
| Vervolgens | 86.(..)Uiteindelijk kom ik tot de slotsom dat het aangevoerde slechts
op twee punten raakt aan feitelijkheden die, gelet op de door art. 457 Sv
getrokken grenzen, tot herziening zouden kunnen leiden. 87. Dat betreft ten eerste de nu aannemelijk gemaakte omstandigheid dat atmosferische verschijnselen op 23 september 1999 tot gevolg kunnen hebben gehad dat de aanvrager zich op grotere afstand van het in Deventer opgestelde basisstation voor mobiele telefonie bevond dan het Hof heeft aangenomen. Die omstandigheid tast de redengevendheid van de overige bewijsmiddelen, met name de identificatie van verzoekers lichaamsgeur met een geurspoor dat werd afgenomen van het als moordwapen aangemerkte mes, echter niet aan. Daarom kan niet zonder meer het ernstig vermoeden ontstaan dat het Hof tot een andere einduitspraak zou zijn gekomen indien het met - kort gezegd - een reële mogelijkheid van radiopropagatie op de GSM-frequentie bekend was geweest. 88. Daarnaast moet naar mijn inzicht rekening gehouden worden met de mogelijkheid dat zich een 'novum' zal blijken voor te doen ten aanzien van de geuridentificatie van het mes en de aanvrager. (..) Daardoor zou ook de nu aannemelijk gemaakte mogelijke oorzaak van radiopropagatie tot de gegrondverklaring van de aanvraag kunnen bijdragen. 89. In verband met het vorenstaande meen ik dat nader onderzoek moet worden verricht alvorens op de aanvraag kan worden beslist. (..)met name met betrekking tot hetgeen de in de bewijsmiddelen genoemde dr G.A.A. Schoon heeft verklaard (..). De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden. |
| Betekenis en commentaar | Feitelijk ontleent Mr. Wortel het hier ingenomen standpunt wat betreft het GSM-gesprek aan het inzicht, dat er zich speciale omstandigheden hebben voorgedaan in de periode 21 september 1999 - 23 september 1999 in de vorm van onder meer een geomagnetische storm (twee maal: "aannemelijk gemaakt"). Voorts vermeldt de Hoge Raad deze argumentatie in het arrest om het herzieningsverzoek in te willigen. De facto is op basis hiervan de bewijsvoering rond het gevoerde gesprek op het niveau van de Hoge Raad verworpen en zou men mogen verwachten, dat een lagere rechtbank dit niet weer in genade zou aannemen. |
Maar dat is wel gebeurd, en vreemd genoeg kwam daarbij de argumentatie omtrent de geomagnetische verschijnselen alleen schriftelijk en zeer summier aan de orde. Voorts, zie geofysica.
Deze werden reeds gememoreerd in de vaststellingen van Mr. Wortel. September 1999 (inclusief de 23e) vertoonde een bijzonder weerbeeld, met abnormale hoge temperaturen, die leidden tot 'all-time highs' in de Nederlandse meteorologische meetreeksen. Door optredende inversies in het vertikale temperatuursverloop ontstonden aldus weerkaatsingsmogelijkheden met daarmee verbonden langere radio-afstanden. Iedereen, die zich de ether-ontvangst van TV beelden onder fraaie weeromstandigheden kan heugen, weet waar ik het over heb (ook voor de ontvangst van TV-beelden is het onder normale omstandigheden nodig, dat zender en ontvanger elkaar kunnen 'zien'). Meer details hier.
|
Boven: de meest voorkomende conditie: de temperatuur daalt
van beneden naar boven. De horizon beperkt de reikwijdte van ontvangst en
veel vermogen straalt de ruimte in. |
Overigens zouden andere masten moeite hebben met de overname van het gesprek, gezien het kaartje van de dekking in 2000: veel witte plekken, juist onder de veronderstelde verbinding.
|
Het bereik op de Veluwe schiet tekort; door gebrek aan masten, zal men de antennes richting Veluwe zo hoog mogelijk opgeschalen. Daardoor kan het gebeuren, dat bij bepaalde weersomstandigheden, de antennes buiten hun eigen gebied te ontvangen zijn. Het westwaartse bereik van 'Vaassen' kan zo over de Veluwe heen reiken ('overshooting cell'). Zie reconstructie. |
Een ander voorbeeld van de werking van dit principe hier: (het Nova Zembla effect).
Omtrent de start van het gesprek zijn een aantal veronderstellingen gedaan,
die op zich voorbarig waren: de spreker bevondt zich bij 't Harde; de spreker
straalde eerst 't Harde, Nunspeet of ander naburig basisstation aan.
Wat opvalt is, dat de plaatsbepaling van het mobiele station (het 'mobieltje')
voordat het gesprek aanvangt tamelijk rudimentair is, ofwel zich niet afspeelt
op het niveau van het basisstation, doch slechts op het niveau van
de zogenaamde local area (gebieden, bestaande uit een netwerkjes van
basisstations). De kaart hieronder laat drie in het spel zijnde local areas
zien. Indien het mobiele station gepeild is als zijnde in 4506, in plaats
van zijnde in 4527, is dit een misser van slechts 9 km! Daarnaast is
ook local area 4416 in the picture.
Het ligt voor de hand dat ook de aanstraling van de sterkste cell door een
mobiele telefoon een dergelijke 'mishit' kan opleveren. Verderweg gelegen
stations kunnen sterker uitstralen dan bedoeld. Dit wordt overshooting
genoemd. Een fysieke blokkade van een dichtbij gelegen station (een
vrachtwagencombinatie) kan voor hetzelfde zorgen. Of de dichtsbijzijnde cell
is buiten werking (*). Als nu een verbinding met de sterkste cell uit
de 'verkeerde' local area oplevert, dat de cell al vol is (denk aan de
file), zou -volgens sommige verklaringen van deskundigen tijdens het proces-
de lijst van nabuurstations van die cell de aanwijzing bevatten, welke
cell dan voor verbinding in aanmerking komt. Op die manier kan cell 14501
(die dus wel verder weg ligt) in beeld komen. De mobiele telefoon wordt dan
als het ware 'gekidnapped'.
* In cell 14801 was een dergelijke storing opgetreden, van de andere cellen
zijn de rapporten niet vrijgegeven. Een dergelijke storing zou heel wel het
gevolg kunnen zijn van de geomagnetische storm, die juist in deze periode
optrad, zie paragraaf 7.5. Daarnaast
zou volgens professor Brussaard het optreden van bijzondere propagatie moeten
leiden tot storingen op grote schaal.
De recherche was zich al bewust van de mogelijkheid van eventuele storingen,
gezien:
Tactisch Journaal |
962 xx 991122 1300 GSM palen |
| Citaat | Via [naam contact bij KPN] vragen zij of er op de 23ste storingen in de palen zijn geweest en wat de eventuele gevolgen mbt overschakeling waren; |
| Betekenis en commentaar | Hierna zwijgt het Tactisch Journaal over het antwoord op deze vraag. Wellicht beviel dit antwoord niet. |
De duur van het gesprek is een verdere indicatie voor de bijzondere
omstandigheden. Overigens kan reeds vooraf gesteld worden, dat bijna 1% van
alle mobiele verbindingen voortijdig wegvalt (consumentenbond februari
2004).
Neem even in gedachten de veronderstelde situatie, dat EL zich inderdaad
op de A28 bevindt en door de bijzondere omstandigheden een verbinding heeft
gelegd met de zendmast in Deventer:
|
Ongebruikelijk lange GSM-verbinding, ca. 25 km lang. Anderzijds reed Louwes volgens zijn verdediging in een 'local area' (4527), waar Deventer maar 6 km buiten ligt en bevond hij zich slechts 11 km buiten de 'local area' (4506), waar Deventer in ligt. |
In dat geval zal het gesprek plaatsvinden via deze zendmast, gedurende de
tijd dat deze zendmast "in beeld is" en er geen meer naburige zendmast
beschikbaar is. Echter, zodra één van deze condities wordt
opgeheven, moet naar een meer naburige zendmast worden overgeschakeld. Normaal
gesproken, zal dit overschakelen (hand-over) met zich meebrengen,
dat de afstand tussen telefoon en zendmast een paar km gewijzigd wordt. Hierdoor
moet de verbinding worden aangepast, immers, de verbinding maakt gebruikt
van een vrije plek op de zendmast, die door een vorm van time-sharing
wordt verkregen. Alleen gedurende een beperkt time-slot kan de mobiele
telefoon contact hebben met de zendmast. Dat time-slot kan alleen
maar worden bereikt, indien de afstand tot de zendmast nauwkeurig bekend
is - de snelheid van de verbinding is immers eindig (=lichtsnelheid). Gebeurt
dit niet, dan gaat de telefoon uitzenden, dwars door een ander gesprek
heen.
Het verkrijgen van zo'n nieuw time-slot is aan beperkingen van tijd en afstand
onderhevig. Hoe groot zo'n beperking is weet ik op dit moment nog niet, wel
dat het effect kan zijn, dat de verbinding wegvalt:
ANALYSIS
OF TIMING ADVANCE IN A GSM
Bedenk daarbij, dat het gesprek mogelijk plaatsvond via een heen-en weer
beweging in de inversie-laag. Dat betekent, dat het TA systeem dan werd
geconfronteerd met voortdurend veranderende gegevens, omdat de afstand
ontvanger-zender dan onderhevig moet zijn aan voortdurende variaties
(paragraaf 7.4 maakt dat duidelijk).
Ook dit moet geleid hebben tot interferenties met andere gesprekken en
verbreking. Meer over de werking van het TA-systeem hier.
Een andere speler in dit spel is de zogenaamde Call Detail
Record (CDR). Hierin staan de gegevens van het gesprek, welke worden
bijgehouden t.b.v. de rekening. Deze gegevens zijn in feite gebruikt om Louwes
'te hangen'. Hoe betrouwbaar die gegevens zijn blijkt uit de veelheid aan
systemen, die zijn ontwikkeld, om
fouten in deze CDR's te verbeteren en de apparatuur, die
op de markt is, om hierbij te helpen. Zie o.m.
hier. Hier kan men o.m. lezen, dat naast fraude ongeveer
10% van de inkomsten van netwerkproviders gewoon weglekt door onjuiste CDR's.
Als men bedenkt, dat er nog andere fouten mogelijk zijn, die geen
financiële consequenties hebben, dan is de veronderstelling gewettigd,
dat meer dan 10% van de gespreksgegevens gewoon verkeerd is! (Gegevens
uit 2006, misschien was het in 1999 nog erger.) Meer hierover in
paragraaf 7.1.
De korte duur van het gesprek (16 seconde) op 23 september 1999 tussen EL en de weduwe is dus een nadere indicatie van de juistheid van de hypothese dat bijzondere omstandigheden geleid hebben tot het opleveren van afwijkende gegevens:
Zo ging het gesprek natuurlijk niet. Maar het geeft wel aan, dat er geen enkel voor de hand liggend script in een gesprek van 16 seconden valt. De registratie van de gespreksduur is simpelweg niet volledig. Vermoedelijk, omdat het netwerk overschakelde naar een andere mast, maar dit niet kon vastleggen in de CDR-gegevens. |
Tactisch Journaal |
087 x/x 27-09-99 Bezoek accountant Louwes |
| Citaat | Dhr. Louwes is vorige week donderdagmorgen, 23-09-99, nog bij Mw. Wittenburg in de woning geweest, gelet op geluiden van de bovenverdieping nam hij aan dat de werkster er was. Hij heeft toen op haar verzoek de grafrechten opgehaald bij de kerk en bij haar afgegeven. Zij legde hem toen de vraag voor tot welke bedrag zij giften kon doen aan de kerk, hij zou dit uitzoeken en haar die avond terugbellen, 's Avonds om 20.00 uur heeft Louwes vanuit zijn auto(onderweg van Utrecht naar zijn woonplaats Lelystad) met zijn GSM (06-53709437) gebeld met Mw. Wittenburg en haar medegedeeld dat m.b.t. de giften er een belastingvrije voet bestaat van l % over haar inkomen van ongeveer f 175.000 dus f 1.750. |
| Vervolgens | (dit verklaard *) wellicht de aantekeningen op de gevonden memo in het woonhuis Zwolschestraat 157). |
| Betekenis en commentaar | Belangrijk is de vaststelling, dat dit relaas stamt van de maandag na de moord, dus geen excuus achteraf kan zijn voor de latere beschuldiging, dat het telefoontje uit Deventer is gevoerd. Het hier geschetste scenario is redelijk passend bij de korte duur van het gesprek. Indien de weduwe gereageerd heeft met een opmerking in de geest van: "dat schrijf ik even op", dan is het ontbreken van verbazing aan de kant van EL over het plotselinge eind aan het gesprek eventueel begrijpelijk. De vondst vooraf van het briefje door de TR is natuurlijk bijzonder steekhoudend. |
Gerechtshof Den Bosch |
datum uitspraak: 9 februari 2004 |
| Citaat | 2.3.5. (Verklaring van de deskundige [naam deskundige], systeemspecialist bij KPN, afgelegd bij de rechter-commissaris op 9 december 1999, dossier p. 161-169:) Een basisstation is in feite een zend- en ontvanginstallatie (dossier p. 164). Een mobiele telefoon die belt maakt een keuze uit het aanbod van basisstations, afhankelijk van het sterkste signaal en de beste kwaliteit. De mobiele telefoon kiest één basisstation. Indien echter het beste basisstation vol is, wordt door de mobiele telefoon het een na beste station gekozen; dan ziet de mobiele telefoon dat laatste station als beste station (dossier p. 165). Met een computersimulatie hebben we het bereik beoordeeld van basisstation 14501. Het resultaat staat op een kaartje dat de rechter-commissaris aanduidt met nr. 5 (dossier p. 178) en op grond hiervan moet worden geconcludeerd dat de mobiele telefoon (hof: van verdachte op 23 september 1999 te 20.36 uur) zich in of in de onmiddellijke omgeving van Deventer moet hebben bevonden (dossier p. 167). |
| Vervolgens | Op 8 december 1999 heb ik met een KPN-auto met apparatuur voor veldsterktemeting van het gsm-netwerk een test uitgevoerd. Ik ben gaan rijden vanaf het opstelpunt van basisstation 14501 in de Nieuwstraat in Deventer. Met speciale apparatuur werd het aankiezen van andere basisstations tegengehouden om de gsm te dwingen het basisstation 14501 te kiezen. Als maximale afstand van bereik tussen de gsm en basisstation 14501 is 12 km. gemeten, en dat nog maar heel even, zo’n 2-3 seconden; daarna viel de gsm terug op andere basisstations. Uit deze test blijkt hetzelfde resultaat als uit de computersimulatie (dossier p. 167-168). |
| Betekenis en commentaar | Mijn benadrukking. In het beschreven onderzoek is een speciale
conditie ingebouwd, om de relevantie van het onderzoek veilig te stellen:
als naburige zendmasten niet beschikbaar zijn, lukt het niet om een langere
verbinding op te bouwen. Op zich al een vreemd onderzoek, want het is domweg
bekend, dat het wel kan. Echter, de uitkomst van de proef verraadt, dat de speciale conditie niet deugdelijk is geïmplementeerd; er wordt toch overgeschakeld naar naburige zendmasten. De gewenste uitkomst had moeten zijn: witte ruis of het afschakelen van de verbinding. |
EL verklaarde, dat hij op de 23e van Utrecht naar Lelystad reed. Onderweg kwam hij in een file terecht, die later inderdaad geregistreerd bleek, inclusief vermelde bijzonderheden wat betreft oorzaak en wijze van afzetting. Desondanks werd hem verweten, dat hij had gelogen over zijn bewegingen, aangezien zijn mobiele telefoon contact had gemaakt met de zendmast Deventer.
Ool al zijn er meerdere redenen gegeven, dat dit wel degelijk mogelijk was -en niet alleen theoretisch- en ondanks dat dit tijdens de herziening al was toegegeven als reële mogelijkheid, meende het gerechtshof Den Bosch op dit punt voet bij stuk te moeten houden. Alsof hier een ijzersterk bewijs was geleverd.
De wereld op zijn kop.
*) Dit soort spelfouten zijn op deze site niet gecorrigeerd.