Herziening 2013-2015

Onder het regiem van de Wet hervorming herziening ten voordele (18 juni 2012) deed Knoops een nieuwe poging. Hij diende een verzoek in voor nader onderzoek, dit met het oog op het aanvragen van een nieuw herzieningsproces.
Dit nieuwe regiem biedt de mogelijkheid ook allerlei onderzoek te openen buiten de vraagstelling van de verdediging zelf om. In een eerste conclusie binnen dit nieuwe regiem gaf de advocaat-generaal Mr. Aben hierover zijn mening:

"In dat geval is de procureur-generaal niet gebonden aan de onderzoekshandelingen die in het verzoek worden genoemd. Hij kan ook tot het verrichten van andere onderzoekshandelingen besluiten.(62) Tevens kan onderzoek plaatsvinden wanneer na indiening van de herzieningsaanvraag onduidelijkheid bestaat over de gegrondheid van de aanvraag. Bij dit onderzoek kan de procureur-generaal zich doen bijstaan door een onderzoeksteam, dat onderzoek verricht onder zijn leiding en verantwoordelijkheid. Bovendien kan de procureur-generaal onderzoek opdragen aan een rechter-commissaris in strafzaken."

Mr. D.J.C. Aben heeft ook de supervisie over de aanvraag van Knoops.
Een belangrijke schakel in dit proces is de zgn. ACAS:

"Tevens voorziet de wet (art. 462 Sv) in de instelling van een onafhankelijke commissie die is belast met de advisering over de wenselijkheid van een nader onderzoek, ook genoemd de Adviescommissie afgesloten strafzaken (ACAS). Zij is tot op zekere hoogte gemodelleerd naar de inmiddels opgeheven (toegangscommissie van de) Commissie evaluatie afgesloten strafzaken (CEAS)."

Het ACAS-advies


Dit advies is inmiddels uitgebracht. Vanuit het perspectief van deze website is de volgende passage uit het ACAS-advies van 21 januari 2014 een succes te noemen (mijn nadruk):

"C. De kwestie van de overlijdensdatum
Naar aanleiding van een door een anonymus onderhouden website www.deemzet.nl heeft inspecteur [de inspecteur] zich verdiept in [de] vraag op welke datum het slachtoffer is overleden. Op voormelde website wordt de theorie verdedigd dat [slachtoffer] niet op 23 maar op 24 september 1999 is overleden.
(..)
Bij deze stand van zaken is het te overwegen, een patholoog-anatoom te vragen in hoeverre en hoe nauwkeurig een overlijdenstijdstip is vast te stellen aan de hand van gegevens als lijkvlekken en lijkstijfheid. Mocht het antwoord daartoe aanleiding geven, dan kan in latere instantie op basis van het sectierapport het vermoedelijke tijdstip van overlijden nader forensisch-medisch beoordeeld worden."

Ook andere thema's, aangedragen op deze website (zie de koppelingen, waarmee hoofdstuk 7 begint) zijn inmiddels actueel geworden.

De parket-beslissing


Op het thema GSM-verkeer gaf de ACAS twee negatieve adviezen af, op de subthema's superrefractie en timing advance. Andere subthema's werden in het advies niet aangeroerd, dus ook niet door Knoops. De conclusie luidde:

"De Commissie acht het niet zinvol de (..) kwestie van het GSM-verkeer nader te onderzoeken."

In de uiteindelijke beslissing van Mr. Aben worden veel meer thema's opgesomd om nader onderzoek toe te staan; twee hiervan refereren aan onderwerpen, die niet overlegd waren aan de ACAS en ontleend waren aan het thema GSM-verkeer. Deze zijn gebaseerd op recent onderzoek uit 2011 en 2013:

"In de eerste plaats heeft het hof en hebben deskundigen bij hun oordeel dat de totstandkoming van een verbinding met de 14501 binnen het bestek van het scenario dat door [veroordeelde] is aangedragen onwaarschijnlijk is, tot uitgangspunt genomen dat [veroordeelde] zich op het moment van zijn telefoongesprek bevond op de A28 in de omgeving van de afslag ‟t Harde. Die veronderstelling wordt echter niet gedragen door gegevens uit het strafdossier. [Veroordeelde] bevond zich naar zijn zeggen op de A28 tussen Harderwijk en ’t Harde. Dit gegeven is van belang omdat de gesteldheid van het terrein (de Veluwe) tussen bijvoorbeeld Nunspeet en Deventer een andere, meer gunstige zou kunnen zijn voor een verbindingsopbouw dan tussen ‟t Harde en Deventer. Ook de netwerkinfrastructuur tussen bijvoorbeeld Nunspeet en Deventer was – naar het zich laat aanzien – een andere dan tussen ‟t Harde en Deventer. Een deskundige heeft ter zitting expliciet gewezen op de aanwezigheid van basisstations bij ‟t Harde. Bij onjuistheid van dit eerste uitgangspunt, gaat dat argument niet meer in gelijke mate op." (vgl. http://rechtiskrom.actieforum.com/t16p14-from-cell-2-cel-pun-intended)

En ook:

"In de derde plaats is een van de deskundigen wiens verklaring door het gerechtshof is omarmd – naar het zich laat aanzien – uitgegaan van onjuiste veronderstellingen omtrent de manier waarop een mobiele telefoon binnen het in 1999 gebruikte netwerk een basisstation selecteerde voor de totstandbrenging van een verbinding." (vgl. http://rechtiskrom.actieforum.com/t26-nabije-buur-of-verre-vriend)

E.e.a. is meer inzichtelijk gemaakt in een Volkskrantartikel hierover van 5 juni 2014, getiteld 'Waar was Louwes? Niet bij ’t Harde', waarin onder meer te lezen is:

"‘Geconfronteerd met die verklaringen’, meldt de recherche, ‘is Rijnders van mening dat zijn beschouwingen en die van andere deskundigen over de aannemelijkheid van contact met de telefoonmast in Deventer moet[en] worden herzien’."

Een opsomming van de parket-beslissing is weergegeven in de onderliggende paragraaf.

Foutje, bedankt!

De stand van zaken zover was bemoedigend, er waren immers vele onderzoekvragen gehonoreerd, die alle alleen in het voordeel van Louwes konden uitpakken. Kennelijk vonden de ACAS en het parket dit wat onbevredigend. Ook de ACAS heeft kennelijk de armslag, zelf onderzoeksvragen te kunnen aandragen. Dit blijkt ook al uit artikel 7, lid 1 van het Besluit adviescommissie afgesloten strafzaken d.d. 12 september 2012:

"De commissie bepaalt haar eigen werkwijze. Zij stelt een huishoudelijk reglement vast waarin in ieder geval regels zijn opgenomen over werkwijzen en procedures met het oog op een goede en zorgvuldige uitoefening van de in artikel 2 bedoelde taak."

Om wat evenwicht aan te brengen kwam de commissie nu met de volgende tekst:

"DNA in het nagelvuil.
Volledigheidshalve wijst de Commissie er op dat in de rapportage van 19 mei 2006 het NFI adviseert, het nagelvuil van de geknipte nagels van het slachtoffer Y-chromosomaal op DNA te laten onderzoeken. Het resultaat hiervan staat in het hierna te bespreken FLDO rapport N06-102 van 11 september 2006."

Wat hier staat, toont aan, dat de ACAS gebruikt maakt van haar bevoegdheden ook buiten het gevraagde advies te treden en op zich is dit niet onredelijk. Wat echter niet redelijk is, dat de ACAS hier refereert aan de term nagelvuil, een term die ooit door het NFI werd ge´ntroduceerd, terwijl er helemaal geen nagelvuil beschikbaar is in het sporenmateriaal (vgl. rapport NFI rapport 19 januari 2004 met lijst van beschikbare sporen; hierin wordt wel melding gedaan van afgeknipte nagels, maar niet van nagelvuil).

In de conclusie wordt dit nog eens herhaald (mijn nadruk):

"De Commissie geeft met klem in overweging daarbij tevens de niet eerder bij de procesvoering aan de orde gekomen kwestie van het nagelvuil te betrekken, zodat de raadsman zich ook hierover kan uitspreken."

In de beslissing van het parket is het nog eens een graadje erger geworden (mijn nadruk):

"De ACAS vraagt bovendien nadrukkelijk aandacht voor een ander onderzoeksthema, namelijk de aanwezigheid van enig celmateriaal in materiaal dat aan of onder de nagels van het slachtoffer is aangetroffen en waarvan autosomale DNA-kenmerken en Y-chromosomale DNA-kenmerken overeenkomen met die van [veroordeelde]. De vraag naar de aanwezigheid en betekenis van dit celmateriaal noem ik hierna onderzoeksthema 5."

"Nagelvuil" is hier vervangen door de neutralere term "celmateriaal", maar dat maakt niet uit, omdat ook van celmateriaal in het sporenoverzicht geen sprake is. Er is weliswaar sprake van een positieve match van Y-chromosomaal DNA van Louwes in het dossier, maar de aanwezigheid van DNA mag natuurlijk niet zomaar vereenzelvigd worden met de aanwezigheid van celmateriaal, omdat dat meer incriminerend klinkt. Ook buiten de cel wordt DNA aangetroffen, zeker in het geval er sprake is van zogenaamd 'touch-DNA', d.w.z. DNA, dat via gewone aanraking kan zijn overgebracht (met name de huid scheidt dit DNA af en draagt dit gemakkelijk over).
Maar de zaak ligt ernstiger: er is in de beslissing van het parket sprake van de vondst van autosomale DNA-kenmerken in dat celmateriaal (of whatever). En juist die autosomale DNA-kenmerken werden in werkelijkheid nˇˇit aangetroffen, men leze nogmaals het hierboven gerefereerde NFI rapport (pagina 8/10).
Juist de combinatie van de afwezigheid van autosomale DNA-kenmerken in combinatie met wel aanwezige Y-string-kenmerken vormen een duidelijke aanwijzing voor het determineren van  het gevonden DNA als 'touch-DNA'.
Voorts is het ontbreken van een directe verwijzing naar het autosomale DNA in het ACAS-rapport en het opduiken van de verwijzing naar autosomale DNA-kenmerken in de beslissing van het parket een aanwijzing voor een inmenging achter de schermen door het NFI. Hoe komt die opmerking anders daar?
 
(Wordt vervolgd, stand per 1 november 2014)