| Video over livor mortis |
| Video over bepaling PMI |
Livor Mortis ontstaat, doordat binnen een uur na overlijden bloed zijn stollende eigenschappen verliest en de rode bloedlichaampjes zich verzamelen in het onderste deel van het lichaam, mede omdat de bloedsomloop gestopt is. Er vindt dan een paarsachtige verkleuring van de huid plaats, omdat deze rode lichaampjes doordringen tot in de haarvaten en van daaruit in het omringende weefsel. Later breekt de hemoglobine (door autolyse) uit de rode bloedlichaampjes en wordt de verkleuring permanent. Pas door verdere ontbinding (putrefactie) wordt de livor mortis weer onzichtbaar.
Geheel eenduidig is de ontwikkeling van livor mortis niet, wel zijn er
opvallende
tendensen
(Universiteit
van Dundee):
Fading of the primary pattern of lividity and development of a secondary pattern of lividity will be quicker and more complete if the body is moved within, say, the first six hours after death, than at a later period.
The fluidity of the blood is not characteristic of any special cause or mechanism of death although many texts state that the blood remains liquid longer in asphyxial deaths. (Hier geldig!)
After about 10-12 hours the lividity becomes "fixed" and repositioning the body, e.g. from the prone to the supine position, will result in a dual pattern of lividity since the primary distribution will not fade completely. Fixation of lividity is a relative, rather than an absolute, phenomenon, but nevertheless, well developed lividity fades very slowly and only incompletely.
Zie ook Brinkmann & Madea (2004):
|
|
Voorts (Forensisch Medisch Genootschap):
Tijdstip van ontstaan: Ontstaan: 1,5 tot 2 uur PM (variatie 1 tot 4 uur);
Volledig: 6 tot 12 uur PM (variatie 1 tot 14 uur);
Omkeerbaar : volledig tot 4 uur PM (variatie 1,5 tot 6 uur) onvolledig 4 tot 10 uur PM;
Wegdrukbaar: volledig tot 8 uur PM (variatie 3 tot 12 uur) onvolledig 8 tot 12 uur PM (variatie 6 tot 15 uur).
Er is een livor mortis patroon te zien. Links in het gezicht loopt een scherpe scheidingslijn, zo te zien evenwijdig aan de vloer - misschien iets hoger. Voorts zijn gelijkgekleurde vlekken te zien aan de neuswortel en onder het linker oog.
|
|
|
Verdeling van de livor mortis vlekken in het gezicht van het slo. |
De beide handen van het slo vertonen een overeenkomstig beeld:
|
|
|
|
Linker hand van het slo, met uitgebreide livor mortis |
Rechter hand van het slo, ook hier livor mortis |
|
Geen van beide handen ligt vlak op de grond. Dit wijst erop, dat er rigor mortis is ingetreden, terwijl het slachtoffer in een andere houding lag. |
|
Het slo ligt op het PD met het gezicht naar links geneigd. In deze
stand,
kunnen zich geen livor mortis vlekken gevormd hebben rond de neus. Het
patroon
van de livor mortis rond de neus is opvallend, omdat het puntje van de
neus
weer vrij is van de verkleuring:
![]() |
Wij weten ook, dat het slo verplaatst (vermoedelijk: versleept) is. Als
wij
nu aannemen, dat ook de positie van het hoofd bij die verplaatsing
veranderd
is wordt het patroon van vlekken ineens duidelijk: een hoog gelegen
deel
van het aangezicht laat nog livor mortis zien (neuswortel, wal onder
linker
oog), maar de verbinding tussen deze plekken en het gebied van linker
slaap
en linker wang is verbroken, het patroon heeft zich dus gedeeltelijk
weer
'teruggetrokken'.
|
|
|
|
|
Reconstructie oorspronkelijke ligging van het slo met bijbehorende livor mortis |
Reconstructie vlak na de
verplaatsing |
Patroon van levervlekken (livor mortis), zoals zichtbaar op het PD. |
Vervolgens moet in dit verhaal de situatie 24 uur later worden meegenomen: tijdens de sectie is de paarverkleuring ter linker zijde van het gezicht weer weg, de punt van de neus was nog blauw verkleurd (in het TJ als bloeduitstorting omschreven, waarschijnlijk door de begeleidende rechercheur). Ofwel, de livor mortis uit de wangen is weer weggetrokken, de livor mortis in de neus was al gefixeerd.
Als de neuspunt ook paars was geweest, dan was een
bloeduitstorting een optie;
de neuspunt is echter niet paars - zie foto. De paarse kleur zal daar
wel
gezeten hebben, maar heeft zich niet gefixeerd.
De zone tussen neus en wang is weer vrij van livor mortis, dus heeft
het
proces zich ook hier nog kunnen terugdraaien.
De zone tussen wang en oor is 24 uur later weer vrij van livor mortis,
dus
was de livor mortis hier niet gefixeerd.
Er tijdens de sectie was wel -nog wegdrukbare- livor mortis aan de rug,
dus
het proces was nog steeds 'aan de gang'.
de oorspronkelijke livor mortis moet binnen de 4-10 uur verstoord zijn
geworden,
anders was het niet nagenoeg geheel verdwenen;
het patroon van de livor mortis op de linker wang kan er nog geen 10-12
uur
onafgebroken gezeten hebben, want dan was het permanent geworden;
het patroon van de livor mortis dat tijdens de sectie nog over is, kan
er
hooguit 24-30 uur gezeten hebben, want anders was het niet meer nog
enigszins
wegdrukbaar.
De tijdlijn is consistent met dood en verplaatsing van het slo rond vrijdagavond laat en zaterdagochtend vroeg.
Kijken wij naar de hand, dan wordt e.e.a. bevestigd:
![]() |
![]() |
![]() |
||
| Foto's van
het slachtoffer op de PD. Van belang is de positie van de hand en
daarin weer de positie van het livor mortis effect. Deze foto is het
duidelijkst, maar geeft betrekkelijk weinig informatie omtrent de
ligging van de arm en de ligging van het overgangsniveau van de livor
mortis in de hand. Door de uit verschillende cameraposities genomen foto's te combineren in een 3D-animatie, wordt de positie van de arm en de hand duidelijker. (foto's rapporten NFI 2004 en Technische Recherche 1999) |
De arm
'staat' als een stijve boog tussen vingertoppen en elleboog. In de
laatste foto is nu ook de duim herkenbaar als silhouet tegen de rand
van het tapijt. Het t.o.v. het horizontale vlak gekantelde niveau van
de livor mortis is nu duidelijker. De medisch-forensische betekenis hiervan: het slachtoffer overleed niet in deze positie en werd vele uren na overlijden alsnog verplaatst. En het overlijden is betrekkelijk recent. De animatie werd gemaakt met FotoMorph. |
|||
|
||||
De grens tot waar de livor mortis zichtbaar is klopt niet. Voorts bevat de hand ongebruikelijk veel livor en de aangrenzende arm juist helemaal niets. Dit alles suggereert, dat het slo eerst meer rechtop lag, bijvoorbeeld op een trap.
|
|
|
|
|
Ook de rechter hand vertoont livor mortis. Tijdens de sectie -24 uur later- werd alleen een blauwe plek op de rug van de hand waargenomen en deze werd aangezien voor een bloeduitstorting (ten onrechte?). |
En ook hier loopt de grens niet parallel aan de vloer. En ook hier zijn tekenen van beweeglijkheid in het patroon, zie bij voorbeeld de vingertoppen. |
Reconstructie ligging hand tijdens overlijden, en het ontstaan van het livor mortis patroon, uitgaande van eventuele ligging op de trap. |
Meer over de andere PM verschijnselen hier.
Gewenst:
foto's van het slo van enige tijd later op de PD; van de blouse zijn die bekend.
de expertise van een patholoog-anatoom