Post Mortem

Video livor mortis

Video post mortem interval

Review literatuur

Terugspellen of achterspellen? Vanuit een gegeven moment het verleden reconstrueren. In dit geval zijn er twee momenten, de ontdekking van het slachtoffer met de bijbehorende foto's en de resultaten van de autopsie, weer 24 uur later. Alle gevonden forensische kenmerken voor het bepalen van een PMI vallen samen. Alleen wijzen ze niet op het tijdstip delict, waar de recherche vanuit ging.
Diepgekleurd zijn de meest waarschijnlijke intervallen aan gegeven. Lichtgekleurd de mogelijke maar niet waarschijnlijke uitloop. Bij de intervallen vanuit de autopsie gerekend, is het wat waarschijnlijker, dat de intervallen zijn opgerekt door de koeling tussentijds van het stoffelijk overschot. Dit is ingecalculeerd.
(Overigens zou dit niet gelden met betrekking tot het tijdstip, waar de recherche vanuit ging, want in dat geval had de koeling totaal geen zin meer.)



post mortem

Forensisch bewijs in een vogelvlucht:

Op zaterdag 25 september 12:00-15:00 werden de volgende waarnemingen gedaan:

  1. De ogen van het slo zijn geopend; de ogen glanzen

  2. De ogen van het slo zijn nog bol

  3. De pupillen van het slo zijn nog zwart

  4. Er is hypostasis op de linker gezichtshelft, maar nergens op de rechter gezichtshelft, het gezicht ligt schuin links omhoog; er is hypostasis op de linker hand, maar niet op de rechter hand, beide handen liggen op de grond; de grenslijn in de linker hand verloopt NIET horizontaal (meer hier)

De foto's op het PD  (kopieŽn uit NFI-rapport) laten zien dat de ogen nog glanzen, bol zijn en dat de pupillen nog scherp te onderscheiden. De originele foto's bevestigen dit beeld: je ziet het flitslicht op de iris weerkaatsen, (tweemaal) dwars door het hoornvlies heen. En de pupillen zijn diepzwart.


Tijdens de sectie van zondag 26 september 12:00-13:00 werden de volgende waarnemingen gedaan:

  1. Er is geen hypostasis in het gezicht, het gezicht is rood, met name de linker zijde

  2. De kaak is verkrampt door rigor mortis; de benen zijn nog verstijfd door rigor mortis

  3. De hypostasis in de rug is nog wegdrukbaar

  4. De buikwand was gedeeltelijk in geringe mate grauwgroen

Hier staan dus circa. 8 bewijzen, dat de moord in de nacht van vrijdag op zaterdag werd gepleegd.

Om deze gegevens tegenover de twee mogelijke tijdstippen delict te zetten bekijken wij eerst deze tabel:

  tijdstippen tijd tot PD tijd tot sectie
het tijdstip delict volgens Den Bosch 23-09-99 21:00

40

64

het alternatieve tijdstip delict hier 24-09-99 24:00

13

37

onderzoek PD 25-09-99 13:00

uur

 
moment van de sectie 26-09-99 13:00  

uur

Scenario donderdag 23 september 21:00 uur. Dit noemen wij het rode scenario.

Wij zetten nu bovenstaande gegevens in een tijdlijn; omdat het effect van de koeling tussen zaterdagmiddag en zondagmiddag moeilijk te kwantificeren is, is ook aangegeven, hoe het tijdsverloop zou zijn als de sectie al na 12 uur plaatsvond.

  1. Tijdens de sectie (zondag 13:00 uur) mogen er geen rigor mortis verschijnselen meer zijn, afgaande op de gemiddelde waarden, die men hierover in de literatuur aantreft in samenhang met de temperatuur van het PD (20-25 oC).

  2. Het zelfde geldt t.a.v. livor mortis Ook wordt vanaf zaterdag op het PD geen verandering in livor mortis verschijnselen verwacht, als het overlijden dan al meer dan 36 uur eerder heeft plaatsgevonden. deze is dan al lang gefixeerd.

  3. De ontleding moet al op zaterdag zichtbaar zijn (groenkleuring van de buikwand van 24-36 uur), op zondag moet deze vergevorderd zijn (donkere aders in het gezicht) en merkbaar in de organen (vanaf 48 uur).

  4. Volgens de gegevens over de hoornvliezen, kunnen geen transparante hoornvliezen verwacht worden na 24 uur, en na 36 uur zijn alle hoornvliezen gegarandeerd ernstig vertroebeld.

  5. Geopende ogen gaan binnen 36 uur weer dicht, en de ogen drogen binnen een paar uur op.

  6. De oogdruk daalt zeer snel -zij het dat het onderzoek, dat hier wordt geciteerd uit India afkomstig is. Het valt niet in te zien, hoe de hier aangetoonde oogdruk bijna 40 uur heeft aangehouden.

Kortom: geen enkele indicator is in overeenstemming met het gehypothetiseerde tijdstip van overlijden.

Scenario vrijdag 24 september 24:00 uur. Dit noemen wij hier het groene scenario.

Wij herzien nu de tijdlijn, weer met de speling van de uitkomst n.a.v. de tussentijdse koeling:

  1. Tijdens de sectie (zondag 13:00 uur) zit de rigor mortis in een dalende tendens, maar is nog duidelijk aanwezig.

  2. De livor mortis verschijnselen dienen nu op zaterdag prominent aanwezig te zijn en op zondag op de terugweg, ook rekening houdend met de effecten van koeling.

  3. De ontleding begint pas op zondag (groenkleuring van de buikwand van 24-36 uur; aantasting organen na 48 uur).

  4. Volgens de gegevens over de hoornvliezen, zijn alle varianten op het PD nog mogelijk.

  5. Als de rigor mortis intreedt, kunnen de ogen zich alsnog openen en een paar uur vochtig blijven. Dit speelt zich alles dan binnen 6-15 uur af.

  6. De oogdruk daalt snel tot zeer snel, dus de gegevens zijn eerder een indicatie voor een recenter overlijden dan een overlijden langer geleden.

Kortom: iedere indicator is in overeenstemming met het gehypothetiseerde tijdstip van overlijden of met een recenter overlijden.

De combinatie wint aan kracht in het licht van de volgende publicatie:
J Clin Forensic Med. 2005 Oct ;12:249-53 15878689 Estimation of early postmortem intervals by a multiple regression analysis using rectal temperature and non-temperature based postmortem changes. Kohji Honjyo , Kosei Yonemitsu , Shigeyuki Tsunenari. Hierin komt de volgende conclusie voor:

"The multiple regression analysis produced a multiple correlation coefficient value of 0.89 and according to the error ranges of the PM intervals, 72% of the cases were estimated within the error of +/-1.0 h and 92% within +/-5.0 h. Although assessments of non-temperature based PM changes (*) are mostly subjective and have a wide variation, the present study demonstrated a usefulness of non-temperature based PM changes in the estimation of PM intervals. "

(*) De bedoelde indicatoren waren: rigor mortis, livor mortis en hoornvliesvertroebeling. Dezelfde dus, als hier gebezigd. De combinatie heeft dus wel degelijk bewijskracht. Voorts moeten wij vaststellen, dat tussen het donderdagscenario en het vrijdag/zaterdagscenario een gat gaapt van ca. 30 uur. Een dergelijke afwijking kan men niet serieus overwegen.


Slotsom:

Scenario nacht van vrijdag 24 september op zaterdag 25 september is veel waarschijnlijker dan het scenario met het delict op donderdag 23 september.

Dit verschijnsel houdt nooit langer dan 36 uur aan.
Hiervoor wordt op 24 tot 36 uur opgegeven, behalve indien de temperatuur erg laag is.
Dezer dagen was de temperatuur juist hoog. En het stoffelijk overschot lag goed geÔsoleerd. Daarnaast versnellen steekwonden dit proces.
De koeling van het stoffelijk overschot heeft nog enige invloed kunnen hebben -deze is meegeteld-, indien het delict op vrijdag/zaterdag viel, anders niet.
Het livor mortis patroon wijzigt onder invloed van de zwaartekracht na 6 uur niet meer substantieel. Bij 12 uur ligt een harde grens.
Na 24 uur vervalt de oogdruk; voordien raakt het oog al vervormd. Hier stonden de oogbollen nog strak
Ogen drogen razend snel uit; alleen als de ogen gesloten zijn wordt dit tegengegaan. Maar de ogen stonden open.
Na 24 uur is er in alle bekende gevallen hoornvliesvertroebeling zichtbaar; hier echter niet.
Na 36 uur zullen ogen zeker dicht gevallen zijn.