Messteken

Verschillende rapporten, gepubliceerd op de weblog van Maurice de Hond houden zich bezig met de sporen op de blouse en kunnen gebruikt worden voor een minutieuze reconstructie van de laatste fase van de moord, ook al wordt hier gesteld, dat deze fase feitelijk post mortem was.

Een aantal te verdedigen stellingen op een rij:

  1. Het slachtoffer was al dood

  2. In de steekfase zijn de ribben gebroken

  3. De messteken zijn zeer behoedzaam aangebracht

  4. Bewust zijn afdrukken van het mes achtergelaten

Bespreking

  1. Het slachtoffer was al dood. - zie ook appendix.
    Bekijken wij de blouse, dan zien wij vijf even grote bloedvlekken, terwijl er in het lichaam van het slachtoffer vijf steken zijn teruggevonden (mogelijk zijn twee verwondingen het gevolg van twee steken, er zijn zeven gaten in de blouse). Had het slachtoffer geleefd, en was één van de (eerste) steken dodelijk geweest, dan had er minstens één grotere bloedvlek aanwezig moeten zijn. In de praktijk had dit niet veel kunnen uitmaken, de kleding zou al geheel doordrenkt moeten zijn.
    Was het slo bij wijze van spreken op sterven na dood, dan nog had één van de steken veel meer bloed moeten genereren dan de andere.
    TR:" Op de borst van het slachtoffer zagen wij nagenoeg geen bloed." Bloedvlek C werd pas zichtbaar bij het lostrekken van de vouw, waarin deze zat verborgen. Bij dat lostrekken vloeide het bloed weer vrijelijk, waarbij een opvallend eenkleurige bloedvlek werd gevormd: het bloed had vrij waarschijnlijk zijn stollingsvermogen verloren. Ofwel, het was postmortaal.

  2. blouse pd bloedvlekken beschadigingen

    Blouse op het PD. De vouwen, waarin twee bloedvlekken schuil gaan zijn gemarkeerd.

    Blouse bij het NFI. 2003/2004 met de vijf grootste bloedvlekken. Op foto PD verborgen vlekken blauw omcirkeld. De bloedvlekken zitten 7 à 8 cm uiteen. De steekwonden zaten 3 cm uiteen.

    In de blouse werd zeven scheuren vastgesteld; hier de mogelijke locaties op basis van het NFI rapport en de interpretatie van een burgerdeskundige van Maurice de Hond. Let op de bijeengelegen sporen c t/m f


  3. In de steekfase zijn de ribben gebroken.
    Het vloeien van bloed was een noodzakelijk gegeven in de MO van deze daad. Anders had de steekpartij sowieso geen enkele zin. De vermelde verwondingen tijdens de verstikking waren dodelijk. Zoals bij 1. betoogd, kan het slo niet meer geleefd hebben. De enige manier om bloed te laten vloeien, was om dit eruit te persen. Hierbij zijn de ribben gebroken. Waarschijnlijk is in één van de pogingen het bloed vooral de borstholte ingestroomd. Werd daar later aangetoond.
    “Er was breuk van de eerste t/m negende rib (voorwaarts en enkele centimeters links van het borstbeen met plaatselijk bloeduitstorting) en er was breuk van de derde t/m achtste rib rechts voorwaarts (op enkele centimeters afstand van het borstbeen) met plaatselijk bloeduitstorting.” . Zoals hier valt te lezen (cursief toegevoegd), heeft niet eens elke ribbreuk tot interne bloedingen geleid, ofwel, het slo was toen al overleden.
    Uit: Department of Forensic Medicine, University of Dundee Lecture Notes Wounds (1993): "In practice it requires considerable violence to produce a bruise post mortem; the bruise is invariably disproportionately small relative to the degree of force used. Such post mortem bruises are most readily produced in areas of hypostasis (post mortem lividity, livor mortis) or where tissues can be forcibly compressed against bone, e.g. over the occiput". (Cursief toegevoegd)
    Voorts wijst:
    "- rond de middelste huidperforatie bevond zich een gebied met vlekkig vaalbruine kleur (kneuzing?. (Samenvattend sectierapport)" ook al op een centrale geweldsuitoefening op de ribbenkast., evenals de vorm van de centrale vlek en het wat vage roodgetinte gebied er omheen.

  4. De messteken zijn zeer behoedzaam aangebracht.
    In het rapport "De dader droeg handschoenen.pdf", vinden wij een reconstructie van de wijze waarop de dader de ribben aftast om de steken te plaatsen. Deze liggen alle in een rechte lijn door de hartstreek. Dat de dader hier 'zorgvuldig' te werk ging, blijkt uit de bijbehorende animaties:  zie vingersporen. Hier staat beschreven, dat het goed mogelijk is, dat deze sporen onderdeel vormen van de moedwillige enscenering.

  5. Bewust zijn afdrukken van het mes achtergelaten.
    De afdrukken van het gebruikte mes suggereren heel sterk het gebruik van een Global GS8 mes, of een look-alike, dat ervoor kon doorgaan. Het beoogde effect kan zijn geweest, via een duidelijke MO het onderzoek te laten lopen in de richting van een bepaald daderschap. Onderzoek heeft uitgewezen, dat één van degenen (X), die dan in aanmerking zou komen, inderdaad messen uit deze serie in zijn bezit had en zelfs één (op het GS8 mes lijkend) exemplaar heeft aangeschaft na het delict.
    De dader heeft het zich echter niet gemakkelijk gemaakt met de keuze. Het bewuste mes is namelijk in gebruik voor het draaien van stukjes peen e.d. in een ronde vorm. En is daarom aan de bovenzijde bot; zeer ongeschikt als steekwapen. Een duidelijke aanwijzing voor het doel van de gehele operatie: een duidelijke MO achterlaten. Op de blouse zijn meerdere afdrukken achtergelaten, sommige zijn op het eerste gezicht niet zo duidelijk, zie mesvlekken.

    Afdruk mes op blouse PD

    (On)-mogelijk moordwapen

    Beste match van nagebootste bloedvlek en contour GS8 - mes, gecorrigeerd uit het Oriënterend Onderzoek 2006

    Gelijkend Global mes GSF17, aangeschaft na het delict door X.

Appendix.

Er bestaan meerdere methoden om uit te maken, of een bloedvlek is ontstaan rondom de dood van het slachtoffer of pas (uren) daarna. Er zijn drie veranderingen herkenbaar:

  1. Er treedt inwendige bloedsamenklontering op, die vervolgens weer oplost. Hierdoor ontstaan in het bloed -dat weer vloeibaar wordt door het proces fibrinolyse- herkenbare producten onder de verzamelnaam FDP. FDP staat voor fibrin degradation products. Er zijn -wegens medische toepassingen hiervoor- commercieel verkrijgbare tests, om na te gaan of de concentratie van de FDP hoog is, zie ook http://en.wikipedia.org/wiki/D-dimer. Omdat het verschil tussen ante motaal en post mortaal bloed op het punt van de concentratie aan FDP zéér hoog is (factor 1 staat tot 1000), zijn deze tests zeer afdoende. Lees: ../../documenten/pdf/fibrinolysis test als detectie middel.pdf
  2. Het eiwit myoglobin komt vrij bij het aanbrengen van verwondingen in spierweefsel of bij het blokkeren van zuurstoftoevoer naar de spieren (rhabdomyolysis). Na enige tijd (1-8 uur) zal het bloed verhoogde concentraties myoglobin vertonen. Dit is weer bruikbaar voor een analyse-methode. Bronnen: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/6637155 en http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/7861641. Ook hier geldt weer, dat het testen op myoglobin medisch een routine handeling is; gebruikt voor het diagnostiseren van hartinfarcten. Er zijn dus testen voor beschikbaar: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/9657343.
  3. ATP-gebrek veroorzaakt (mede) het optreden van rigor mortis. De verandering in ATP-gehalte en bijbehorende reactieproducten in bloed is detecteerbaar voor het gestelde doel, gezien:
    http://scholar.google.nl/scholar?cluster=15455739967303070516&hl=nl
    Helaas kan ik hierover geen details vermelden in dit stadium.
Voorts zie de paragraaf postmortaal bloed?